Platform over installatietechniek, hvac, sanitair en elektriciteit

NL | FR

Nieuws

UGR van niet-diffuse armaturen

foto-1-laser-2000-kopieren
Verblinding tegenover geen verblinding, schematisch voorgesteld.

24 november 2020 Leestijd 6 minuten

Deel dit artikel

Een van de veelgenoemde parameters inzake comfort is de UGR, de Unified Glare Rating. Deze waarde geeft aan in welke mate een armatuur lichthinder of verblinding veroorzaakt.

Tekst Tom Rampelbergh Beeld Laser 2000

De UGR-waarde is een parameter die wordt toegewezen aan een bepaalde armatuur, doorgaans een cijfer dat aan de armatuur gekoppeld wordt. Dat cijfer komt er niet vanzelf maar is ook niet simpelweg een cijfer dat gemeten wordt. De UGR is immers een samenspel van een heleboel factoren: de armatuur zelf, de hoogte, de afstand en de hoek waaronder de waarnemer kijkt, de reflecties van de muren, vloer en plafond en het gemiddelde lichtniveau in de ruimte.

Het resultaat van de goniometrische meting aan de armatuur, plus de kenmerken van de voor UGR-bepalingen gestandaardiseerde ruimte, wordt in een tabel gegoten. Eén vakje uit die tabel geeft de UGR-waarde aan die op de verpakking komt. Dankzij de CIE 117-1995 en de CIE 190-2010 zijn er goed werkbare protocols voor de te gebruiken meetapparatuur en de benodigde analysesoftware.

Far-field goniometer. (Foto: Westboro Photonics)

NIET-DIFFUSE ARMATUREN

Fabrikanten bieden hun armaturen in verschillende versies aan. Zo zien we geregeld dezelfde armaturen verschijnen die ofwel een diffuser meekrijgen en dus beschikken over een homogeen lichtvlak ofwel zonder diffuser waarbij we de afzonderlijke ledpuntjes, zogenaamde hotspots, kunnen zien. Deze laatste armaturen dreigen bij sommige projecten uit de boot te vallen aangezien ze een minder gunstige beoordeling kunnen krijgen qua comfort.

De nieuw gepubliceerde CIE 232-2019 beschrijft in detail hoe de UGR van deze niet-diffuse armaturen moet bepaald worden. De beschrijving is vrij theoretisch en bevat geen handvatten voor de industrie om deze onmiddellijk te gebruiken met bestaande instrumentatie.

Hotspots in armaturen zoals beschreven in de CIE 232-2019.

VOOR INTERPRETATIE VATBAAR

Fabrikanten van farfield goniometers die LDT-files opnemen en nu al non-uniforme UGR-data willen presenteren, zagen een aanknopingspunt in de CIE 232-2019 om de hotspots in armaturen te gaan koppelen aan UGR-berekeningen. Het is immers mogelijk om de norm CIE 232-2019 ‘kort-door-de-bocht’ te gaan interpreteren door zelf met een ‘effectief’ luminantie-oppervlak te werken. Binnen de CIE 232-2019 wordt hierover gesproken, als een uitkomst van de near field luminantie plot van de armatuur.

Near-field luminantiecamera. (Foto: Viso Systems)

KANTTEKENING

Deze redenering geeft echter geen compleet resultaat aangezien niet alle kenmerken van niet-diffuse armaturen worden meegenomen. Experts op het gebied van UGR betwijfelen echter (“en terecht”) of deze ‘kort-door-de-bocht’-interpretatie van de CIE 232-2019 wel een goed idee is. Het betekent volgens hen een terugkeer naar de arbitraire oppervlaktekeuze zoals toegelaten door de kwalitatieve benadering van de oude CIE 117-1995. Het lijkt hen niet alleen slecht gedefinieerd (bijvoorbeeld: hoe bepaal je de grootte van een hotspot), maar als deze hotspots klein zijn (en dat is vaak zo), loop je het risico dat deze methode een grote overschatting geeft van de UGR in plaats van een grote onderschatting als je het gehele oppervlak neemt. Het risico bij de ‘kort-door-de-bocht’-methode is dus dat niet-diffuse armaturen die in de praktijk geen grote problemen geven, toch een slechte UGR-waarde kunnen krijgen, wat uiteraard niet de bedoeling is. De CIE 232-2019 beschrijft heel duidelijk hoe het effectieve luminantie-oppervlak moet worden bepaald en dat omvat veel meer parameters dan het bovenstaand rekenkundig trucje. Experts vinden dan ook dat het cijfer dat via deze weg berekend wordt niet op de verpakking van een armatuur hoort.

WAT NU?

Experts zien nog geen kant-en-klare instrumentatie in de markt, om formele CIE compliant non-uniform UGR-metingen te doen. Een koppeling van hoekafhankelijke metingen zowel in het near-field als in het far-field zal nodig zijn. Dit betekent een softwarematige koppeling van twee bestaande maar compleet verschillende technieken, namelijk near-field fotometrische camera’s en far-field goniometers. Het wachten is op dergelijke ‘all inclusive’-oplossingen.  



Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Mathieu Noppe

Projectmanager

Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik vertel u graag alles over onze samenwerkingspakketten.

0%

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details