Tagarchief: Chris Hendrickx

De Pen | Chris Hendrickx, Lector EM Hogeschool PXL

SAMSUNG CSC
Lees het gehele artikel

Pump it! Vijf tips voor een efficiënt ­gebruik van warmtepompen

Van 2016 tot 2019 voerde de PXL-opleiding elektromechanica het onderzoeksproject ‘Optimalisatie van energiestromen’ uit, waarin nagegaan werd hoe maximaal energiecomfort mogelijk is met minimaal energieverbruik. In de ontwikkelde demo-installatie werd een warmtepomp gekoppeld aan twee grote buffervaten (warm en koud).

Waarop moet je zoal letten wanneer je in je huis of in een gebouw met een warmtepomp wil werken? Ik geef alvast vijf basistips die tijdens het onderzoeksproject naar boven kwamen.

1. Laten draaien, die handel!

Warmtepompen hebben lange draaitijden nodig: je drukt liefst zo weinig mogelijk op ‘stop’ en ‘start’, want dat verkort hun levensduur aanzienlijk. Lekker laten draaien dus! De geproduceerde warmte wordt opgevangen door het buffervat.

2. Zorg voor een goede ‘gelaagdheid’ in je buffervat(en).

Streef een goede ‘gelaagdheid’ na, met een beredeneerde opbouw van verschillende temperaturen onderaan en bovenaan in je buffervat(en). Fictief voorbeeldje: stel dat je een warm buffervat van 1000 liter hebt. Wat verkies je? Eenzelfde temperatuur van 40°C in het hele vat? Of 60°C bovenaan en 20°C onderaan? Antwoord: het tweede, want met die gelaagde opbouw kun je beter voldoen aan de verschillende energiebehoeftes in je woning; denk maar aan verwarming, koeling, of warm douchewater. De energieopbouw gebeurt van bovenuit, het onttrekken van de energie van onderuit.

3. Kies de hoogste isolatieklasse.

Als je een buffervat kiest, kies dan eentje met de hoogste isolatieklasse:  A of – nog beter – A+, goed voor het laagste verbruik (kWh/24h).

4. Vermijd energieverlies door ongewilde stroming.

Ongewilde waterstroming leidt tot energieverlies en dat heb je liever niet. Als water stijgt omdat de dichtheid lager is, spreken we van het thermosifoneffect. Dat effect wil je vermijden en dus is het raadzaam om met ‘loops’ (lussen) te werken, anti-thermosifoneffectkleppen toe te voegen en/of een zwaartekrachtrem in te bouwen. Als het water niet meer ongewild stroomt, blijft de warmte en energie daar waar ze thuishoort: in het buffervat.

5. Constante bron op hoge temperatuur, afgifte op lage temperatuur.

Maximale energieopbrengst met minimaal elektrisch energieverbruik haal je als de bron voor je warmtepomp constant is en een zo hoog mogelijke temperatuur (doorgaans 20°C) heeft, én je afgifte op een zo laag mogelijke temperatuur geschiedt.

In onze demo-installatie is de maximaal toegelaten inlet (brontemperatuur) van de fabrikant 20°C. Het komt er dan op aan die 20°C continu zo dicht mogelijk te benaderen. Verwarmen – de afgifte – geschiedt dan op lage tot zeer lage temperatuur (30-35°C). Voor sanitair warm water – in badkamer en keuken – heb je hogere temperaturen nodig (55-60°C) als je legionellabacteriën wil vermijden, maar dat resulteert in een veel lager rendement. De oplossing is dan een buffervat volgens het concept van een combi/hygiënische boiler, een soort van ‘au bain marie’-doorstroomsysteem op 40-45°C. Een ander alternatief is een verswaterstation gekoppeld aan een klassiek buffervat.

Slotsom, wanneer je met warmtepompen en buffervaten aan de slag wil: eerst nadenken, dan installeren. Pump it!