Tagarchief: De pen

De Pen | Een baanbrekende studie in het gebruik van hernieuwbaar gas

steven-van-caeckenberghe-gas.be_dsc2563marco-mertens
Lees het gehele artikel

De Europese Unie (EU) heeft haar doelstellingen in de strijd tegen de klimaatopwarming opgebouwd rond drie pijlers: het aandeel hernieuwbare energie in het eindverbruik, minder uitstoot van broeikasgassen en een efficiënt gebruik van energie. Elke lidstaat moet dus een duidelijke strategie uitstippelen om aan de Europese klimaatverbintenissen te voldoen. Hernieuwbaar gas, en met name biomethaan, heeft een aanzienlijk bijdragepotentieel dat een invloed kan hebben op de eerste twee pijlers. De balans opmaken van de ontwikkeling ervan in België en het potentieel ervan evalueren is een essentiële stap in de uitwerking van een nationale strategie.

De beleidskoers die in de komende maanden en jaren wordt gekozen, zal van uiterst groot belang zijn, omdat zij bepalend zal zijn voor het welslagen van de uitdaging van de energietransitie en de plaats die groen gas in ons land krijgt. Een toenemend aantal Europese landen volgt de koers van Duitsland, Zweden en Frankrijk die al eerder het belang van hernieuwbaar gas hebben ingezien. Dat België mee op de kar springt is essentieel. 

Heeft ons land een voldoende groot potentieel om biomethaan een rol van betekenis te laten spelen in het alternatieve energielandschap van de toekomst? De studie van Gas.be heeft drie verdiensten. Enerzijds krijgen we volledige en actuele informatie over het bestaande potentieel in België, anderzijds wordt het debat rond de talrijke perspectieven van valorisatie van biomethaan gevoed en tot slot geeft de studie aan alle betrokken partijen – de biogas-, de landbouw-, de gassector en de politieke wereld – een basis voor het uitwerken van strategieën waarin biomethaan mee gebruikt wordt om de klimaatdoelstellingen te bereiken. 

De studie beantwoordt de volgende vragen:

 • Wat is het potentieel voor biomethaan in België?

 • Waar bevinden zich de beschikbare grondstoffen?

 • Wat zou de bijdrage van bijvoorbeeld waterstofgas kunnen zijn aan de doelstellingen van het Nationaal Energie- 

en Klimaatplan (NEKP)?

 • Hoeveel van deze ontginning zou kunnen worden gevaloriseerd in biomethaan en geïnjecteerd in de 

bestaande aardgasnetten?

 • Wat zijn de kosten van dit gas en wat zijn de extra voordelen van het gebruik ervan als energie?

 • Hoe staat het met de ontwikkeling van de sector in België en in Europa?

 • Wat zijn de beleidskeuzes die onze buurlanden hebben gemaakt?

 • Wat is het technologisch ontwikkelingsstadium van biogas en wat zijn de vooruitzichten op dat gebied? 

Eén van de conclusies: biomethaan kan een grote bijdrage leveren aan het behalen van de klimaatdoelstellingen in België. Het potentieel van biomethaan bedraagt tot 10% van het huidige gasverbruik, en bijna 50% van het geschatte huishoudelijke verbruik in 2050. Dat betekent dat er in een op het eerste zicht bescheiden percentage behoorlijk wat potentieel schuilt voor ons land om het aandeel hernieuwbare energie te vergroten en de CO2-uitstoot te beperken.

Met deze studie, uitgevoerd door Valbiom, wil Gas.be haar bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de groengassector. De bestaande aardgasnetten zijn een voor de hand liggende oplossing om klimaatneutraal gas, zowel biomethaan als gas uit hernieuwbare elektriciteit tot bij de consument te brengen. Op die manier kan de volledige samenleving van de milieuvoordelen van groen gas profiteren. We hebben het dan niet alleen over de landbouwsector maar ook over de gezinnen, bedrijven en overheidsinstanties. Deze studie is een vertrekpunt. Er volgen nog initiatieven om deze verder te verfijnen en om het beoordeelde potentieel volledig te benutten. 

Lees meer over de studie op gas.be.

De Pen | Bram Pauwels, coöperatie Beauvent

dsf1742-kopieren
Lees het gehele artikel

Een warmtenet in dé stad aan zee

We halen aardgas uit de grond in pakweg Qatar, maken het vloeibaar en brengen het naar hier om het opnieuw te vervluchtigen en in het gasnet te pompen. Ondertussen blazen we miljoenen kilowatturen restwarmte van industrie, afvalverbrandingsovens en elektriciteitscentrales zomaar de lucht in. Vanuit die ongerijmdheid begonnen we bij BeauVent half 2015 aan de ontwikkeling van een warmtenet in Oostende.

Voorheen lag onze focus vooral op zonne-energie en windprojecten. We hadden ook al geïnvesteerd in warmtekrachtkoppeling, maar het enorme potentieel van restwarmte voor een duurzamere warmtevoorziening lag nog niet op onze tekentafel. Nu wel, en dat strookt met wat de burgercoöperatie BeauVent is: meer dan 4000 vennoten, allemaal kleine spaarders, die samen investeren in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.

De kaarten voor een warmtenet in Oostende lagen goed. Een studie van de POM West-Vlaanderen uit 2013 bevestigde het potentieel, er waren voldoende restwarmtebronnen, het stadsbestuur was vragende partij, er waren grote warmte-afnemers in de buurt en er was een drive! Na 2 jaar van projectontwikkeling, vergunningen aanvragen, contracten afsluiten met warmtebronnen en warmteklanten begonnen we in oktober 2017 met de aanleg. Sinds februari 2019 stoken we de eerste 4 kilometer leidingen warm en leveren we de eerste warmte vanuit de afvalenergiecentrale van IVOO aan Daikin. Later volgen nog bedrijven en kmo’s op het Plassendale-industrieterrein en het AZ Damiaan.

Het was een meevaller dat ons plan bij toenmalig Vlaams minister van Energie Bart Tommelein meteen in goede aarde viel. Als Oostendenaar kende hij de verschillende wijken en nieuwe ontwikkelingen. Hij begreep dat de bestaande steun niet geschikt was voor de uitbouw van een stadsbreed warmtenet. Eind september 2018 besliste de Vlaamse regering dat warmtenet Oostende ruim 11 miljoen euro steun zou krijgen voor de verdere uitrol in de komende jaren. Een gelijkaardig project werd ondersteund in Antwerpen. Het is natuurlijk jammer dat subsidie nodig is voor iets vanzelfsprekends als het nuttig gebruik van warmte die anders verloren gaat. Daartegenover staat een investering van meer dan 40 miljoen euro. We werken zoveel mogelijk met Vlaamse aannemers en installateurs om hier een markt rond warmtenetten mee op gang te trekken!

Wij zijn nog een aantal jaren zoet met de verdere uitbouw van warmtenet Oostende. Onze plannen reiken letterlijk tot aan de zee, tot in het centrum van Oostende. Dat brengt ook hinder, maar die proberen we tot het minimum te beperken. Onlangs lieten we bijvoorbeeld onze werken in de Konterdamkaai samenvallen met het plaatsen van ondergrondse hoogspanningskabels door Elia. Zo moest de straat maar één keer afgesloten worden voor 2 werven.

Voor de warmtelevering aan particulieren kijken we vooral naar bestaande appartementsgebouwen met centrale stookplaatsen om meerdere klanten te bedienen via één aansluiting. Nieuwbouw komt ook in aanmerking, maar individuele woningen hebben doorgaans een te grote aansluitkost in verhouding tot het verbruik. Een premie zoals voor warmtepompen of zonneboilers kan hier helpen.

Wij willen alvast Oostende van het gas afhelpen. Door een warmtenet met restwarmte uit te bouwen, verminderen we de CO2-uitstoot van de stad. Leve de frisse zeelucht!

De Pen | Dr. Ir. Arch. Dorien Aerts, VK Architects & Engineers

aerts-dorien-20180419-5-high-kopiëren
Lees het gehele artikel

Residentieel elektriciteitsverbruik: mind the gap !

Hoe groot is het verschil tussen theoretische energieprestaties en reëel energiegebruik bij woningen? Te groot! Daarom organiseerde Pixii op 16 oktober een Expert Day. Verschillende experten namen deze ‘performance gap’ onder de loep. Dr. Ir. Arch. Dorien Aerts van VK Architects & Engineers kwam spreken over residentieel elektriciteitsverbruik. De grote variaties in het energieverbruik van nagenoeg identieke gebouwen wijzen erop dat het verschil tussen berekend en gemeten energieverbruik toe te schrijven is aan gebruikersgedrag.

In Europa bedraagt het aandeel van gezinnen in het finale energieverbruik 27%. De overheden leveren inspanningen om het energieverbruik te doen dalen door gezinnen te sensibiliseren en de energieprestatieregelgeving jaar na jaar te verstrengen. Deze energieprestatieregelgeving is beter bekend als de EPB- en EPC-certificaten. Doorgaans richten energiebesparende maatregelen zich op gebouw-gebonden aspecten zoals technische installaties en de gebouwenschil. Nochtans verschilt het berekend energieverbruik aanzienlijk van het werkelijk energieverbruik zodra het gebouw in gebruik is. Zo zijn er voorbeelden van identieke woningen, waarvan het reële energieverbruik met een factor drie verschilt.

De discrepantie tussen het berekende en werkelijke energieverbruik wordt ook wel de “performance gap” genoemd. Onderzoekers hebben tal van mogelijke oorzaken geïdentificeerd voor deze performance gap, waaronder uitvoeringfouten (zoals slecht geplaatste isolatie), en fouten in de inregeling van technische installaties. Maar ook de menselijke factor speelt een zeer grote rol: de manier waarop de bewoners hun woning verwarmen en gebruiken zal in grote mate het werkelijke energieverbruik bepalen.

In de evolutie naar bijna-energie-neutrale (BEN) woningen wordt het des te belangrijker om de effecten van gebruikersgedrag te begrijpen. In goed geïsoleerde en luchtdichte woningen is er steeds minder energie nodig om de woning te verwarmen. Deze resterende energievraag wordt in steeds mindere mate ingevuld door de verwarmingsinstallatie. Naast zonnewinsten worden immers ook de warmtewinsten die afkomstig zijn van aanwezige personen en van elektrische toestellen (samen “interne warmtewinsten” genoemd), steeds belangrijker in de totale energiebalans.

We kunnen met andere woorden onze woningen voor een groot stuk verwarmen met de “passieve” energie die afkomstig is van zonnewinsten en interne warmtewinsten. Voor deze passieve warmtewinsten geldt echter een veel grotere variatie en onzekerheid. De beschikbaarheid van zonnewinsten hangt uiteraard af van de oriëntatie van de woning, maar ook van het klimaat. Interne warmtewinsten zijn sterk gelinkt aan gebruikersgedrag: wanneer we thuis zijn en toestellen gebruiken hangt af van onze gezinssituatie, tewerkstelling en levensstijl.

Hoewel we hebben geleerd dat het energieprestatiecertificaat géén betrouwbaar resultaat geeft over het werkelijke energieverbruik van de gezinnen, betekent dit niet dat de energieprestatieregelgeving zinloos is. Het doel van de regelgeving is een objectieve vergelijking of benchmark van de gebouwenstock, wat inhoudt dat er vaste randvoorwaarden gelden voor alle gebouwen op vlak van gebruikersgedrag. De problematiek is overigens vergelijkbaar met die in de automobielsector, denk maar aan de berichtgeving rond brandstofverbruik en uitstoot in labo-condities en in de realiteit. Ook daar worden test-standaarden opgelegd om een objectieve vergelijking mogelijk te maken.

Het gevaar schuilt in de conclusies die naar de gebouwgebruikers gecommuniceerd worden.  Op de certificaten wordt zonder nuance een uitspraak gedaan over het jaarlijks energieverbruik, hoewel we weten dat er in werkelijkheid een grote tolerantie zit op het reëel verbruik. Het is dan ook hoog tijd om meer informatie te verzamelen rond het werkelijke energieverbruik, in combinatie met informatie over de gezinssituatie. Dit laat toe om de gezinnen op een betere manier te sensibiliseren, nl. door hen een vergelijking aan te bieden ten opzichte van gezinnen in een gelijkaardige situatie. Of met andere woorden: een benchmarking “gezinnen” in plaats van “woningen”. Want uiteindelijk zijn het de mensen die energie verbruiken, niet de woningen.

Dorien Aerts is sinds 2017 aan de slag bij VK Architects & Engineers als projectingenieur Sustainable Design. Ze adviseert er ontwerpteams op het vlak van duurzaamheid en is verder ook BREEAM adviseur. Daarvoor was ze raadgevend ingenieur bij Daidalos Peutz Bouwfysisch Ingenieursbureau. Tijdens haar doctoraatsopleiding in de Ingenieurswetenschappen aan de VUB onderzocht ze de invloed van gebruikersgedrag op energieverbruik in woningen met probabilistische computermodellen die enquête-data omzetten in bruikbare data voor dynamische energiesimulaties voor gebouwen.    

Uitgelichte afbeelding: ‘In de evolutie naar bijna-energie-neutrale (BEN) woningen wordt het des te belangrijker om de effecten van gebruikersgedrag te begrijpen.’