Tagarchief: Energietransitie

Webinar buigt zich over energietransitie in de gebouwde omgeving

technology-roof-electricity-energy-green-energy-roofing-1066257
Lees het gehele artikel

Er is al heel wat inkt gevloeid over de energietransitie. Een pasklaar antwoord om de ambities te halen is er nog niet, maar wel een ­duidelijke vaststelling: zonder de gebouwensector, goed voor om en bij de helft van onze CO2-uitstoot, zal het niet lukken. Met die gedachte in het ­achterhoofd organiseerde een ‘Energy Encounter’ over het onderwerp. Verschillende experten bogen zich over de gebouwde omgeving en dan vooral de enorme uitdagingen die de verhoopte renovatiegolf met zich meebrengt. Hoe maken we de transitie naar een toekomstbestendig gebouwenbestand mogelijk? Wat zijn de struikelblokken? En wat zijn de mogelijkheden?

Om beter te duiden voor welke uitdaging we staan, liet Maarten De Groote, Senior Expert bij EnergyVille, het publiek kennismaken met het bredere plaatje. “96,5 procent van de Vlaamse woningen en appartementen hebben een energiescore lager dan A. Nochtans moet tegen 2050 elk residentieel gebouw over dat label beschikken. Om dat te behalen is een renovatiegraad van drie procent nodig, oftewel 95.000 woningen per jaar. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan”, stelde De Groote. In een studie, die binnenkort wordt gepubliceerd, gaat EnergyVille dieper in op de uitdaging. De Groote lichtte in zijn presentatie alvast een tipje van de sluier op. “We hebben 19.000 eengezinswoningen bestudeerd, en die opgedeeld in 135 types representatieve woningen. Rekening houdend met 10 potentiële renovatiemaatregelen schatten we in wat voor elk type woning het ideale pakket maatregelen is, en dus: welke route richting energielabel A de laagste investeringskost met zich meebrengt. Hierbij keken we niet enkel naar investeringskost, maar ook naar total cost of ownership (TCO)”, aldus De Groote.

Maarten De Groote: ‘Een renovatie kost handenvol geld, en heel wat huiseigenaren kunnen of willen die renovatie niet betalen.’

PV blijft interessant

De eerste, weinig verrassende, conclusie uit het onderzoek, is dat zonnepanelen een conditio sine qua non is: voor elk type woning maakt PV deel uit van het pakket maatregelen om een A-label te bekomen. De Groote: “Een renovatie met PV kost 33.000 euro, zonder PV loopt de investeringskost op tot 66.000 euro. Het lijkt een vreemde conclusie in een tijdperk waarin zonnepanelen in een slecht daglicht komen te staan (vanwege de heisa rond de terugdraaiende teller, nvdr.), maar PV heeft nog altijd een grote impact op de EPC-score.” Daarnaast kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat het aanpakken van de gebouwschil een cruciale, maar kostelijke stap is. “Een prijsdaling van een deep renovation van de gebouwenvelop, zoals dak- en buitenmuurisolatie of vernieuwing van de ramen, zou daarom een game changer zijn”, concludeerde De Groote.

Warmtepomp: investeringskost tegenover TCO

Tot slot kwamen de onderzoekers ook tot de vaststelling dat de warmtepomp een interessante maatregel is voor het optimaliseren van de investeringskost. “Nochtans wordt bij renovaties slechts in 10 procent van de gevallen gekozen voor een warmtepomp, zo blijkt uit Europese cijfers”, aldus De Groote. De verklaring hiervoor wordt al snel duidelijk wanneer er ook naar TCO gekeken wordt. De Groote: “Wanneer je rekening houdt met de energieprijs, is het installeren van een warmtepomp in welgeteld 0 procent van de types woning een aangeraden maatregel. Vanwege het hoge prijsverschil tussen elektriciteit en gas – België kent de hoogste elektriciteitsprijs van heel Europa – is een gascondensatieketel interessanter. Ter vergelijking: als we deze oefening herdoen voor Nederland, waar men afstapt van gas, blijft de warmtepomp ook in het TCO-scenario overeind.” Het staat als een paal boven water dat de renovatiegolf bakken geld zal kosten: met deze tien maatregelen zal de totale Vlaamse investeringskost 78 miljard euro bedragen. Voor om en bij de 357.000 gebouwen zal deze inspanning zelfs niet volstaan voor een A-label, en is er nog eens 35 miljard euro nodig. “Een renovatie kost handenvol geld, en heel wat huiseigenaren kunnen of willen die renovatie niet betalen”, besloot De Groote. Verschillende experts uit uiteenlopende sectoren schoven daarna aan tafel om zich over de doelstellingen te buigen. Moderator Luc Pauwels, energiejournalist bij VRT, wilde starten met een positieve noot en vroeg aan de panelleden wat op vlak van innovatie de sterke punten in België zijn. “We zijn een dichtbevolkt land, en zo een ideale plek om pilootprojecten met nieuwe technologieën op poten te zetten”, zei Antoon Soete van de ESCO WAttson. “Technologie is natuurlijk maar één deeltje van de puzzel. Ook financiële en wetgevende aspecten zijn belangrijk. Alle stukjes moeten in elkaar passen. Als ESCO-bedrijf willen wij wel een zeker risico nemen, maar we hebben tegelijk ook investeringszekerheid nodig.”

Leo Van Broeck: ‘Belgische huizen zijn 40 à 50 procent groter dan het Europese gemiddelde, en onze energieconsumptie per gezin is twee keer zo hoog dan bij een doorsnee Europees gezin.’


‘België is een slagveld’

Voormalig Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck, de man die leeft volgens het adagium ‘een dag geen scherpe boutade uitgesproken, is een dag niet geleefd’, viel meteen met de deur in huis: “We moeten selectiever zijn op vlak van energiebronnen. In plaats van te spreken over integratie van gas en elektriciteit moeten we ervoor kiezen om alle fossiele brandstoffen simpelweg te verbieden. Als je een chirurg in dienst neemt, stuur je hem best meteen naar het slagveld. En een slagveld, dat is het bij ons: Belgische huizen zijn 40 à 50 procent groter dan het Europese gemiddelde, en onze energieconsumptie per gezin is twee keer zo hoog dan bij een doorsnee Europees gezin. De energietransitie vraagt ingrijpende maatregelen: als een kankerpatiënt koorts heeft, moet je niet voor verkoeling zorgen, maar wel zijn leukemie behandelen.” Van Broeck is dan ook voorstander van verregaande en verstrengde regelgeving. “Je kan mensen niet zelf laten beslissen. Als je kinderen laat kiezen wat ze eten, eten ze elke dag snoep.” Charlotte van de Water (Senior Expert Energy & Climate bij Agoria) is echter een andere mening toegedaan: “We moeten niet aan de mensen vertellen hoe ze moeten leven, maar hen alle mogelijkheden aanbieden. Voorlopig zijn slechts drie procent van de Belgische huizen klimaatneutraal. Als dat percentage wordt opgetrokken tot ongeveer 30 procent, zowel op de koop-als huurmarkt en ook voor sociale woningen, krijgen mensen de kans om te kiezen voor klimaatneutraliteit en doet de vraag-en-aanbod dynamiek zijn werk. Klimaatneutrale woningen zullen dan goedkoper en dus aantrekkelijker worden.”

Nieuwe keuken, badkamer of zwembad

“Mensen willen wel investeren in renovaties, maar kijken daarbij zelden naar duurzaamheid. Mensen tellen met plezier centen neer voor een nieuwe keuken, badkamer of zwembad. Maar wanneer het om een duurzame investering gaat, wil men meteen weten hoelang het duurt om de investering terug te verdienen en welke besparing ze oplevert”, merkte Freddy Van Bogget (Innovation Manager bij KBC Group) op. Dat is volgens hem voor een deel te wijten aan onduidelijkheid: “Elke expert zegt iets anders. Op de duur weten de mensen het zelf niet meer en steken ze hun geld liever in een nieuwe keuken.” Dat beaamde Valerie Barlet (Worldwide Strategy Officer bij AGC Glass): “Mensen investeren niet omwille van een voordelige terugverdientijd, maar voor hun eigen comfort. Wanneer het over pakweg isoleren gaat, moeten we dat niet meer omschrijven als ‘een goede business case’, maar als een investering die de waarde van je huis verhoogt.” De renovatiegolf vraagt niet alleen geld, maar ook mankracht: is er wel voldoende geschikt personeel om de renovaties uit te voeren? “Het zou goed zijn indien bouw- en installatiebedrijven minder tijd moeten besteden aan het overtuigen van de klanten en het uitleggen van de technologie”, zei Barlet. Door dit op een gegroepeerde wijze te doen, krijgen de bedrijven meer tijd om zich te focussen op het uitvoeren van de werkzaamheden.”

Housing as a service

Een ander probleem is volgens Van Broeck dat in België iedereen per sé huiseigenaar wil zijn. “Het is een misverstand dat rijke mensen hun eigen huis moeten bezitten. In welvarende landen, zoals Oostenrijk, Zwitserland of de Scandinavische landen, is huren veelal de norm. Roemenië is één van de armste landen van Europa, maar 90 procent van de bevolking is er wel huiseigenaar zonder een lening te moeten aangaan. We zitten opgezadeld met het verkeerde denkbeeld dat een eigen huis een soort airbag is, een voorafname op je pensioen. Maar eigenlijk is het een last. De gemiddelde Belg verhuist één keer in zijn leven – ruim onder het Europese gemiddelde –, en zit zo vast in huizen die te klein of vooral te groot zijn.” De voormalige Bouwmeester pleitte daarom voor ‘housing as a service’: “Je kan dan wonen in een huis dat 30 procent zuiniger en 20 procent goedkoper is, je blijft zo lang je wil, en je hoeft je niets aan te trekken van onderhoud. Je kan geen meerwaarde meer halen uit de grond, maar je heeft wel je hele leven almost at cost price”, klonk het overtuigd.

Verwarmingssector doet het goed, maar is bezorgd over de trage energietransitie en de omschakeling van oudere appartementsgebouwen

attb-beeld2-kopieren
Lees het gehele artikel

De verkoop van energiezuinige verwarmingstoestellen en -installaties zoals condensatieketels op gas en warmtepompen blijft jaar na jaar stijgen. Maar toch is ATTB, de Belgische vereniging van leveranciers van verwarmingsmateriaal, niet helemaal tevreden. Van een echte energietransitie is nog steeds geen sprake – van een groene taxshift horen we zelfs niets meer – , en er zijn wat problemen bij het vernieuwen van de verwarmingsinstallaties in oudere appartementsgebouwen, die massaal aan renovatie toe zijn. Problemen waarvoor nochtans perfecte en veilige oplossingen bestaan.

Verkoop: de tendens van de vorige jaren zet zich door

Al enkele jaren vertoont de verkoop van verwarmingsinstallaties in ons land dezelfde tendens. De populariteit van verwarmingsketels op gas (+ 6%) en van alle types warmtepompen (+ 30%) gaat   duidelijk in stijgende lijn. Ook warmtepompboilers (+ 50%) kennen een mooie groei, hoewel ze nog steeds maar een beperkt marktaandeel hebben (± 10%.) Thermische zonnecollectoren (zonneboilers) doen het minder goed (- 6%).

ATTB is dus zeker niet ontevreden, maar moet alweer vaststellen dat meer dan de helft van onze landgenoten nog steeds verwarmt met een verouderde ketel.

ATTB pleit voor een geleidelijke energietransitie met een groene taxshift

Al in 2017 werd door onze overheden een groene taxshift voorgesteld: door meer belastingen te heffen op fossiele brandstoffen en minder op elektriciteit, moest het gebruik van dit laatste aantrekkelijker worden. De hoge lasten op elektriciteit hebben immers tot gevolg dat bepaalde toepassingen van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld warmtepompen, nog altijd een veel te klein marktaandeel hebben. Nochtans zijn die veruit het meest aangewezen om de uitstoot van CO2 als gevolg van verwarming te reduceren.

ATTB hoopt dat de nieuwe federale regering eindelijk serieus werk maakt van een taxshift, die in de eerste plaats een vermindering van de CO2-uitstoot als doel moet hebben. Een lastenverschuiving van elektriciteit naar fossiele energie moet wel voldoende rekening houden met de consumenten, en dus geleidelijk aan gebeuren én worden ondersteund door financiële en fiscale maatregelen.

De verwarmingsinstallatie van duizenden appartementsgebouwen moet vernieuwd worden

Talrijke grote appartementsgebouwen in onze steden en aan de kust zijn dringend aan renovatie toe. Sinds dit jaar moeten de daken van die gebouwen geïsoleerd zijn, maar daar houdt het natuurlijk niet mee op. Ook de verwarmingsinstallatie moet in de meeste gevallen vernieuwd worden. Maar zowel de ‘Wet op de Mede-eigendom’ als het feit dat niet alle syndici op de hoogte zijn van de nieuwste mogelijkheden ter zake, zorgen hierbij voor problemen.

Doordat er veel verschillende types van gemeenschappelijke schoorstenen of rookgasafvoerkanalen in appartementsgebouwen bestaan, moet ieder gebouw vooraf onderzocht worden door een vakman. Maar voor iedere situatie is er een veilige technische oplossing mogelijk. De markt beschikt over alle nodige specifieke aangepaste verwarmings-, schouw- en renovatietechnieken, zodat condensatieketels of andere energiezuinige verwarmingsinstallaties probleemloos op de schouwen of rookkanalen aangesloten kunnen worden.

De overschakeling op energiezuinige verwarmingsinstallatie zal enige kosten voor de mede-eigenaars met zich meebrengen, waardoor beslissingen ter zake moeilijk liggen en misschien uitgesteld worden.

ATTB meent dat de overheid hiervoor een regelgevend kader met een vaste uitstapdatum moet opstellen. Ze roept tegelijk die overheid zelf op om de renovatie van eigen gebouwen te versnellen en ook daar energie-efficiënte verwarmingstechnieken te introduceren.

Zijn onze doelstellingen tegen 2050 wel haalbaar?

Tegen 2050 moeten alle woningen in België een A-label hebben, dat wil zeggen: even energiezuinig zijn als een nieuwbouw die vandaag wordt gebouwd. In principe zou de renovatiegraad in ons land moeten stijgen van 1% naar 3%. Dat doel is waarschijnlijk moeilijk haalbaar.

De aankoop van een woning en een grondige energetische renovatie ervan zijn financieel niet voor iedereen haalbaar. Bovendien, en dat wordt vaak vergeten, zijn er veel te weinig geschoolde vaklui om die werken uit te voeren. Het ziet er ook niet naar uit dat dit in de nabije toekomst zal verbeteren.

We kunnen best in eerste instantie focussen op die woningen waar de grootste winsten te halen zijn: oudere, slecht geïsoleerde, vrijstaande viergevelwoningen.

Verder kijken dan elektriciteit, focussen op innovatie

De elektrificatie van de verwarmingsmarkt neemt toe, maar de hele energieproblematiek van de volgende jaren zal nooit via uitsluitend elektrische toepassingen opgelost kunnen worden. Er zijn wel andere innovatieve toepassingen van energieproductie beschikbaar en/of op komst, zoals warmtekrachtkoppeling, biomethaan, synthetisch methaan op basis van waterstof en gas, synthetisch gas, brandstofceltechnologie en wellicht vooral waterstof.

Vlaanderen wil en kan een voorloper zijn op al deze terreinen.

Verwarmen met stookolie wordt ontmoedigd, maar aardgas zal nog niet zo snel verdwijnen, zeker niet als al onze kerncentrales in 2025 effectief zouden sluiten. Aardgas is immers de aangewezen energiebron om op een snelle en betaalbare manier stookolie te vervangen. Daarnaast bestaan er mogelijkheden om gas te verduurzamen, bijvoorbeeld door de toevoeging van ‘groen’ gas.

Ook de brandstofceltechnologie is een efficiënte methode om gas te gebruiken. Dat is een verbeterd soort van warmtekrachtkoppeling die via een elektrochemisch proces warmte én elektriciteit opwekt. Installaties op aardgas zullen later ook aangesloten kunnen worden op systemen op waterstof. En aangezien waterstof volgens velen de brandstof is van de toekomst…

Voor nieuwbouw is de toekomst aan collectieve stookplaatsen, warmtenetten, warmtezoneringsplannen enzovoort. De agglomeraties in Vlaanderen bijvoorbeeld zijn goed geschikt voor district heating. Onze beruchte lintbebouwing dan weer niet.

Energietransitie & Vastgoed: op naar een CO2-arm(er) gebouwenbestand

beeld-event-spryg-01-kopieren
Lees het gehele artikel

Vlaanderen staat op energievlak voor bijzonder grote uitdagingen. We moeten het energieverbruik drastisch terugschroeven en hernieuwbare energiebronnen maximaal inzetten. Kortweg energietransitie. Niet eenvoudig met een energie-intensieve industrie, een verouderd gebouwen-bestand en de typisch Vlaamse ruimtelijke ordening. Verschillende actoren wierpen tijdens het seminarie ‘Energietransitie & Vastgoed’ van SPRYG Real Estate Academy een blik op een CO2-arme(re) toekomst.

De energietransitie staat als internationaal beleidsdoel opgetekend in het Klimaatakkoord van Parijs. 195 landen engageerden zich om de opwarming van de aarde tegen 2100 met 2 graden Celsius te beperken. Een ambitieuze doelstelling die een algemene aanpak vereist van de overheid, bedrijven, energieleveranciers én burgers.

Duurzame obligaties

De Vlaamse overheid zet sterk in op een energie-efficiënter gebouwenbestand. In november 2018 plaatste de Vlaamse Gemeenschap een duurzame obligatie en haalde op één dag 500 miljoen euro op bij 61 institutionele investeerders uit 11 verschillende landen. Bij de recente uitgave van een tweede duurzame obligatie haalde de overheid 750 miljoen op. Met dit bedrag gaat het Vlaams Kabinet Energie van minister Lydia Peeters de energie-efficiëntie van zijn gebouwen verbeteren, betaalbare woningen bouwen en passiefscholen financieren in het kader van ‘Scholen van Morgen’. In de toekomst zal Vlaanderen er ook initiatieven in de circulaire economie mee financieren.

beeld-event-spryg-03-kopieren

Het Hermann Teirlinckgebouw in Brussel, een mooi voorbeeld van de Vlaamse overheid om energieneutrale gebouwen neer te poten.

 

Voorbeeldrol Vlaamse Overheidsgebouwen

De Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen stipuleert dat vanaf 2021 alle nieuwe gebouwen Bijna-Energieneutraal moeten zijn. Voor nieuwe overheidsgebouwen geldt dit sinds 2019. Het Facilitair Bedrijf heeft ruim 180 gebouwen van de Vlaamse Overheid in beheer en is al een decennium bezig met energiebesparingen. Die inspanningen resulteerden begin 2017 in een gecertificeerd energiemanagementsysteem volgens ISO 50001.

De toepassing van de ISO 50001 standaard zorgt niet alleen voor energiewinsten, maar garandeert ook een steeds verbeterend energiemanagement. Ten opzichte van 2018 waren alle ISO50001-gebouwen goed voor een besparing van 22.5% op het primaire energieverbruik per werkplek. Het Facilitair Bedrijf stelt ook drie ambitieuze doelstellingen voorop om het patrimonium te optimaliseren. Ten eerste wil het tot 2030 3% kWhpr/jaar besparen met de ISO50001-gebouwen. Ten tweede wil het bij het inhuren van gebouwen streven naar circulaire duurzaamheid op lange termijn. Ten derde streeft het bij nieuwbouw naar energiepositieve gebouwen.

Energiealternatieven vinden ingang

Duurzame warmte zoals industriële restwarmte, aardwarmte of biomassa, biedt opportuniteiten en wordt volop onderzocht. Een mooi voorbeeld is de eerste geothermiecentrale voor diepe aardwarmte in Vlaanderen die VITO bouwt op de Balmatt-site in Mol. Vijf boorputten zullen in eerste instantie 1,5 megawatt elektrische energie leveren, maar op termijn moet dat 5 megawatt worden. De geothermiecentrale wordt in Mol en Dessel gekoppeld aan een warmtenet. Het resultaat: volledig hernieuwbare en CO2-neutrale aardwarmte.

beeld-event-spryg-02-kopieren

Simulatiebeeld Nieuw Zuid in Antwerpen. (Beeld: antwerpen.be)

 

Duurzame stadsontwikkeling

Hernieuwbare energieproductie wordt idealiter gekoppeld aan uitgekiende ruimtelijke strategieën. Zo wordt Nieuw Zuid een toonvoorbeeld en kataly-sator voor duurzame stadsontwikkeling in Antwerpen. Bouwheer Triple Living engageert zich om duurzaam om te springen met energie en grondstoffen. Zo is er een warmtenet, een passiefhuisstandaard voor een CO2-neutrale wijk, veel groen en wadi’s voor een hemelwaterneutrale wijk.

Het project De Nieuwe Dokken in Gent van Van Roey en CAAAP trekt voluit de kaart van hernieuwbare energie, dankzij de toepassing van het innovatieve concept ZAWENT (Zero AfvalWater met Energie- en NutriëntenTerugwinning). Afvalwater uit vacuümtoiletten wordt samen met vermalen keukenafval gescheiden opgehaald en in een vergister omgezet in biogas. Van het grijze afvalwater wordt ter plaatse warmte gerecupereerd. Na zuivering zal het naburige zeepbedrijf Christeyns het water hergebruiken. Van dat bedrijf zal laagwaardige restwarmte naar de woonwijk terugkeren.

Naar een klimaatvriendelijke verwarming: pragmatisch realisme of ingrijpende beleidskeuzes?

beeld-rondetafelgesprek-01-kopieren
Lees het gehele artikel

Moet verwarmen met fossiele brandstoffen verboden worden? Of is er nood aan meer realisme in het debat, en moeten we meer durven gebruik maken van de bestaande technologie en infrastructuur? De meningen over wat er ons te doen staat liepen sterk uiteen op het rondetafelgesprek dat Installatie & Bouw organiseerde, in samenwerking met Architectura.be. Toch één consensus: dat we de klimaatdoelstellingen moeten halen, trekt niemand in twijfel.

In het debat over de energietransitie krijgen de gas- en stookoliesector regelmatig de wind van voren. Guido Saenen (Informazout): “Nochtans onder-schrijven wij de doelstellingen om de CO2-uitstoot te beperken. Daarom hebben we dit jaar nog een memorandum uitgebracht over hoe we die doelstellingen kunnen behalen. We hebben al een lange weg afgelegd, maar er is nog heel wat laaghangend fruit op de markt: de renovatiegraad ligt te laag.” Saenen is niet van mening dat stookolie met een vervaldatum zit. “Hybride systemen met vloeibare brandstoffen als back-up kunnen bijdragen tot de energietransitie en koolstofarme vloeibare brandstoffen kunnen gradueel de klassieke brandstoffen vervangen ”

KDS RONDE TAFEL

Tom Cobbaert (Eco Heating). ‘Ik vind het onbegrijpelijk dat er in nieuwbouwprojecten soms nog met gas of stookolie gewerkt wordt.’

 

Een heel ander geluid weerklinkt bij Benjamin Clarysse (Bond Beter Leefmilieu): “Als de EU spreekt over ‘klimaatneutraliteit’ tegen 2050, dan moeten alle fossiele brandstoffen er onherroepelijk uit. We zullen er niet komen als we alleen maar mikken op efficiëntiewinsten. De stookolie- en gassector verkoopt een illusie. Zo heeft men bijvoorbeeld de mond vol over het potentieel van hernieuwbaar methaan, terwijl een studie van het ICCT (International Council on Clean Transportation) aantoont dat hernieuwbaar methaan maximaal 12 procent van het verwachte Europese gasverbruik in 2050 kan vervangen. België zou maar een potentieel van 5 procent hebben.”

Geen toveroplossing

Steven Van Caekenberghe (gasfederatie Gas.be) pleit voor een gezonde dosis realisme in de discussie. “Dé toveroplossing bestaat niet, het zal een én-én verhaal worden, waarin ook (groen) gas zijn plaats zal blijven hebben. De kostprijs van een totale elektrificatie van de verwarming is vele male groter dan de kostprijs van verwarming vandaag de dag. Het aanbod aan elektriciteit in Belgie moet daarvoor quasi verdubbelen, en dit terwijl het aandeel van groene elektriciteit vandaag ongeveer 12% is. Iedereen begrijpt dat dat niet haalbaar is. Door te pleiten voor totale elektrificatie als oplossing voor het halen de klimaatdoelstellingen maakt men de mensen iets wijs, waardoor de renovatiegraad vertraagt. Maak daarom gebruik van de huidige beschikbare én betaalbare middelen. We mogen ons niet uitsluitend focussen op de happy few die een warmtepomp kunnen betalen.”

KDS RONDE TAFEL

Jef Schelkens (ClimaWays): ‘Wat willen de mensen betalen voor een duurzame installatie? Er is soms een behoorlijk overtuigde klant voor nodig.’

 

Tom Cobbaert (Eco Heating) merkt op dat warmte- pompen vandaag al lang niet meer alleen voor de happy few zijn: “We hebben geothermische warmtepompen geplaatst in onder meer assistentiewoningen, sociale huisvestingsprojecten en appartementen.”

Ook een grote speler als Buderus gelooft in warmte- pompen en zet hier sterk op in. Jan Bosquet (Buderus): “Warmtepompen moeten meer kansen krijgen op de markt, liefst door te elektriciteitsprijs aan te passen en deze meer in lijn te brengen met de prijs in de ons omringende landen. Daarnaast is een grondige vernieuwing van het woningenbestand via renovaties een noodzakelijke voorwaarde.”

Studiebureaus laten fossiele brandstoffen zoveel mogelijk links liggen. Thomas Bockelandt (boydens engineering): “Wij gebruiken ze enkel nog als het niet anders kan, want we staan volledig achter een uitfaseringskalender. Zelfs in hybride systemen zullen we niet snel voor fossiele brandstof kiezen, alleen als échte back-up.” Gregory Verhaeghe (Studieburo De Klerck) pikt in: “In grote projecten zoals een ziekenhuis zetten we altijd in op een mix van systemen. Het basisverbruik vangen we bijvoorbeeld op met een warmtepomp, voor de piekmomenten gebruiken we een systeem dat misschien iets minder duurzaam is, maar beter betaalbaar.”

De beweging in de richting van duurzaamheid gaat niet snel genoeg, vindt Tom Cobbaert (Eco Heating). “Ik vind het onbegrijpelijk dat er in nieuwbouwprojecten soms nog met gas of stookolie gewerkt wordt. Tien jaar geleden hadden bouwbedrijven schrik dat ze het vereiste E-peil niet meer zouden halen met een gas- of stookolieketel, en toch zien we nu nog altijd nieuwbouwwoningen met een gasketel én een laag E-peil. Het plaatsen van voldoende PV-panelen volstaat voor een goed cijfer.”

Benjamin Clarysse (Bond Beter Leefmilieu) vindt dat de overheid investeringen in duurzame verwarming fiscaal interessanter moet maken. “Maak van de woonbonus een klimaatbonus, die mensen beloont als ze hun woning ingrijpend renoveren.”

Uitfasering

De Coalitie voor duurzaam verwarmen, onder impuls van ODE Vlaanderen, pleitte in april dit jaar voor een uitfasering van stookolieketels tegen 2021 en tegen 2030 uitsluitend verkoop en plaatsing van duurzame alternatieven. Jan Bosquet (Buderus) is sceptisch: “Als er een nieuwe ketel geplaatst wordt, heeft dat vaak niets te maken met een nieuwbouw- of renovatieproject, maar met de eenvoudige vervanging van een versleten toestel. Al die woningen zijn nog helemaal niet klaar voor een warmtepomp. Als je stookolie over enkele jaren zou verbieden, zit je met een onoplosbaar probleem.”

Clarysse merkt echter op dat er enkel om een verbod op nieuwe ketels wordt gevraagd. “Dat zijn er in Vlaanderen amper 4.000 per jaar. Je kan dat probleem oplossen door die woningen beter te isoleren en indien nodig met een hybride systeem te werken. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de verhouding tussen de elektriciteitsprijs en de prijs van aardgas en stookolie gunstiger wordt.”

Guido Saenen (Informazout) is niet tegen een lagere elektriciteitsprijs, maar verzet zich tegen het idee om gas en stookolie meer te belasten. “Verschuif het probleem niet van de ene naar de andere sector”, klinkt het. Nochtans is het volgens Clarysse wel nodig om vervuilende technologieën meer te belasten. “Beleid moet mensen in de juiste richting duwen. Belasten op basis van CO2-verbruik zou warmtepompen dat broodnodige duwtje in de rug kunnen geven.” Steven Van Caekenbeghe (Gas.be): “Wij zijn niet tegen een CO2-heffing, maar dan moet men de hele keten in rekening nemen, en niet enkel de laatste 20 meter. Ook elektriciteit heeft een bepaalde CO2-uitstoot.”

KDS RONDE TAFEL

Gregory Verhaeghe (Studieburo De Klerck): ‘In gebouwen die we monitoren merken we op dat het soms goedkoper is om op gas te verwarmen dan op elektriciteit.’

 

Gulden middenweg

Volgens Jef Schelkens (ClimaWays) bestaat er een gulden middenweg: “De gasprijs mag inderdaad naar omhoog. Maar ik pleit er niet voor om elektriciteit spotgoedkoop te maken. De mensen energie laten verbruiken aan gelijk welk rendement is niet de oplossing. Als de energieprijs in zijn geheel naar boven gaat, zullen mensen veel bewustere keuzes maken. Beter is om de taksen die nu geïnd worden op elektriciteit aan te wenden voor duurzame investeringen.”

Ook voor de studiebureaus is de te hoge elektriciteitsprijs een groot probleem. “Het grote prijsverschil tussen gas en elektriciteit vormt een grote rem op de toepassing van technologieën als warmtepompen. In gebouwen die we monitoren merken we op dat het soms goedkoper is om op gas te verwarmen dan op elektriciteit. Eigenlijk zouden wij onze klanten in dat geval moeten aanraden om hun warmtepomp stil te leggen. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn?”, merkt Gregory Verhaeghe (Studieburo De Klerck) op.

Installateur

De installateur speelt een belangrijke rol in de energietransitie, meent Tom Cobbaert (Eco Heating). “Het is niet altijd vanzelfsprekend om een installateur te vinden die bijvoorbeeld een warmtepomp of een hybride systeem kan plaatsen. Wij leiden mensen daar voortdurend voor op.”

En hoe zit het met hun kennis? Thomas Bockelandt (boydens engineering): “Zeker kleinere, klassieke installatiebedrijven hebben het soms moeilijk om ‘mee’ te zijn met alle evoluties op HVAC-vlak. In grotere projecten vormt dit minder een probleem, daar is een breed studieteam aanwezig. Een belangrijk aandachtspunt voor de particuliere markt, want als een ketel vervangen moet worden is de installateur vaak het eerste en enige aanspreekpunt.”

Er wordt nogal vaak gevloekt op zogenaamde ‘cowboys’ in de sector, maar Jef Schelkens (ClimaWays) neemt het op voor de installateurs. “De meesten willen best wel mee, maar zij moeten ook de markt volgen. Wat willen de mensen betalen voor een duurzame installatie? Er is soms een behoorlijk overtuigde klant voor nodig.”

Inhaalbeweging nodig op de renovatiemarkt voor geslaagde energietransitie

beeld-vcb-02-kopieren
Lees het gehele artikel

Einde maart organiseerde de Vlaamse Confederatie Bouw het 11de Energiecongres. De talloze presentaties en workshops stonden in het teken van de energietransitie: hoe maken we het gebouwenpark energie-efficiënt en hoe waarborgen we de energievoorziening?

Conferenties en lezingen over de energietransitie nopen anno 2019 steevast tot een vergelijking met de betogende jongeren. Ook Marc Dillen, directeur-generaal van de VCB, verwees ernaar: “Het klimaatprobleem zal worden opgelost door aannemers en ingenieurs. Tegen de betogende klimaatjongeren zeg ik: ‘word ingenieur bouwkunde’. Alleen zo zal het probleem opgelost kunnen worden.”

Jef Lembrechts, voorzitter van de Vlaamse Confederatie Bouw, gaf aan dat het aanpakken de VCB nu al veel inspanningen doet. “Op sommige vlakken doen we zelfs beter dan vooropgesteld. Toen we 11 jaar geleden ons eerste Energiecongres organiseerden, voldeed slechts 2% van de nieuwbouwwoningen aan de BEN-norm. Intussen behaalt de helft van alle nieuwe woningen een E-peil onder de 30.”

beeld-vcb-03-kopieren

Minister Lydia Peeters: ‘We moeten niet alleen overschakelen van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen, maar ook inzake systemen is er een switch nodig.’

 

3 miljoen grondige renovaties

Toch beseft de VCB dat de kaarten ietwat anders liggen op de renovatiemarkt. Lembrechts: “Om tegen 2050 een maximaal jaarlijks verbruik van 100 kW/m² te realiseren, moeten we een ritme van 2,7% grondige renovaties per jaar aanhouden. Maar nu zitten we nog maar aan 0,6%. Hier ligt dus nog heel wat werk op de plank.” Marc Dillen vult aan. “We moeten nog zeker 3 miljoen grondige renovaties uitvoeren, maar op dit moment neemt het aantal woningrenovaties zelfs af. We zitten nu aan zo’n 16.000 vergunningen per jaar, en dat moeten er 70.000 zijn om tegen 2050 alle woningen energiezuinig te maken.”

Het aantal individuele energiepremies is in 2018 gedaald. Dat hoeft niet meteen slecht nieuws te betekenen, zegt Luc Peeters, administrateur-generaal van het Vlaams Energieagentschap. “Het zijn vooral premies voor dak-en glasisolatie die een dalende trend vertonen. Maar we zijn al in 2007 gestart met een renovatie-programma voor dak en ramen: intussen schieten er steeds minder woningen over zonder dakisolatie of met alleen maar enkel glas.” Peeters ziet bovendien ook hoopvolle signalen. “We zien dat er een stijging is inzake buitenmuurisolatie, al blijven het lage absolute aantallen. Ook de totaalrenovatiebonus komt stilaan op gang, en er is een groei van EPB-aangiftes voor sloop en nieuwbouw. We moeten zeker nog een tandje bijsteken en het gaat niet helemaal zoals gehoopt, maar absolute doemscenario’s kunnen we toch tegenspreken.”

beeld-vcb-01-kopieren

Jef Lembrechts, voorzitter VCB: ‘Toen we 11 jaar geleden ons eerste Energiecongres organiseerden, voldeed slechts 2% van de nieuwbouwwoningen aan de BEN-norm. Intussen behaalt de helft van alle nieuwe woningen een E-peil onder de 30.’

 

LEC

Vlaams minister van Energie Lydia Peeters (Open VLD) pleit voor een brede definitie van het woord ‘energietransitie’. “We moeten niet alleen overschakelen van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen, maar ook inzake systemen is er een switch nodig: in plaats van grote centrales die non-stop draaien, is er nood aan talrijke kleine, decentrale productie-eenheden.” Daarom wil Vlaanderen meer inzetten op zogenaamde LECs: Local Energy Communities.

“Een LEC is hét energiesysteem van de toekomst”, zegt Ronny Belmans, CEO van EnergyVille. “De tijd van grote dinosaurussen die via een distributienet elektriciteit tot bij de mensen thuis brengt, is voorbij. Vroeger stuurde de vraag de opwekking, nu stuurt de opwekking de vraag.” Zo kan een school met zonnepanelen op het dak tijdens de rustige zomermaanden ook de omliggende woningen van elektriciteit voorzien. Belmans verwacht dat de energiemarkt nog meer grote veranderingen zal ondergaan: “Ik voorspel het einde van de kWh als eenheid op de energiefactuur. In plaats daarvan gaan we naar ‘energie als een dienst’: een soort contract dat verzekert dat u thuis aangenaam kunt leven, zonder dat er een teller bij te pas komt.”

‘Stookolie en aardgas hebben wel degelijk toekomst’

Lees het gehele artikel

Op welke manier kunnen stookolie en aardgas bijdragen tot de broodnodige energietransitie en het behalen van de ambitieuze klimaatdoelstellingen? Dat was de brandend actuele kwestie die onder de loep genomen werd op Heating Avenue, een seminarie voor professionals uit de installatiesector dat plaatsvond in de marge van Batibouw. Ook in de toekomst zullen stookolie en aardgas hun rol blijven spelen, oordeelden de experts van initiatiefnemers Informazout, gas.be en Cedicol: “Het is dringend tijd dat we de sloganeske berichtgeving counteren met ecorealisme!”.

Auditorium 500 in Heizelpaleis 7 liep aardig vol voor de eerste editie van Heating Avenue op de tweede ‘professionele’ dag van Batibouw (vrijdag 22 februari). Liefst driehonderd professionals tekenden present voor een boeiende studiedag met presentaties van keynotesprekers, een panelgesprek en toegespitste workshops. Het toont nog maar eens aan hoe sterk het energiedebat deze dagen leeft, zowel bij professionals als bij particulieren en bedrijven die hun woningen en gebouwen op een duurzame, efficiënte en economische manier willen verwarmen. De razendsnelle technologische ontwikkeling en het opbod aan berichtgeving in de media wekt heel wat vragen op: hoe ziet de verwarming van morgen eruit? Wat wordt de rol van de installateur in de toekomst? En last but not least: hebben stookolie en aardgas nog een toekomst in een wereld die draait om het minimaliseren van CO2-uitstoot en milieu-impact? Op al deze vragen trachtte Heating Avenue een helder antwoord te formuleren.

‘Stookolie en aardgas hebben weL degelijk toekomst’

Auditorium 500 in Heizelpaleis 7 liep aardig vol voor de eerste editie van Heating Avenue.

 

Spitstechnologie versus renovatienood

Werner Neuville (Cedicol) mocht de spits afbijten met een blik op de verwarming van morgen. “De markt evolueert zeer snel: van een simpele stookolieketel gaat het naar weersafhankelijke en vanop afstand gestuurde technologieën. Maar technologie biedt niet altijd de ultieme oplossing. We kampen deze dagen met een enorme renovatienood, want er zijn nog steeds heel wat verouderde, onaangepaste en/of niet correct ingeregelde verwarmingssystemen in gebruik. Wetende dat installaties een totaalplaatje vormen met isolatie en andere bouwkundige oplossingen, zijn er nog veel energiewinsten te boeken door te focussen op rendement en efficiëntie – lees: zonder gebruik te maken van spitstechnologie. De toekomst is niet te voorspellen, maar het lijkt er wel op dat niet alles elektrisch zal kunnen, dat we niet elke woning zullen kunnen verwarmen met een warmtepomp, dat gas en stookolie nog steeds van pas zullen komen – al is het koffiedik kijken in welke toepassing – en dat de technologie van vandaag klaar is voor.     morgen”, aldus Neuville, die eveneens benadrukte dat de installateur een belangrijke rol zal spelen als adviseur voor de eindklant.

Prominentere rol voor installateurs

Jan Lhoëst (Techlink) pikte gretig in op de woorden van zijn voorganger en benadrukte dat installateurs meer dan hun steentje zullen (moeten) bijdragen aan de energietransitie. “Enerzijds zijn ze het rechtstreekse aanspreekpunt voor de steeds kritischere consument, die al lang het noorden kwijt is, anderzijds hebben ze een sterke band met fabrikanten en ontwikkelaars. Er staan bovendien heel wat veranderingen op til. Dankzij de komst van nieuwe ontwerpmethodieken bekleden installateurs een steeds prominentere positie in de bouwketen, wat maakt dat ze bepalende spelers worden en hun defensieve rol zullen moeten opgeven. De focus verschuift van de installatie (Design & Build) naar wat je ermee kan doen (Maintain & Operate), en van verkoop naar diensten (inclusief prestatiegaranties). Voorts vervaagt het onderscheid tussen HVAC en elektro, waardoor we evolueren naar ‘totaalinstallaties’. Om nog maar te zwijgen van de vele innovaties op ICT-vlak. Kortom: de installatiesector staat voor boeiende tijden!”

‘Stookolie en aardgas hebben weL degelijk toekomst’

Alle panelleden waren het erover eens: de rol van stookolie en aardgas is nog lang niet uitgespeeld.

 

Belangrijk deel van de oplossing

Fossiele brandstoffen zoals stookolie en aardgas staan deze dagen behoorlijk onder druk. In het licht van de energietransitie en de klimaatdoelstellingen opperen sommige hardliners zelfs dat we ze volledig zouden moeten weren. Terecht? “Neen, want uit de prognoses blijkt dat we alle energievoorzieningen nodig zullen hebben die we momenteel kennen, en dus zijn fossiele brandstoffen wel degelijk een belangrijk deel van de oplossing”, gaf Willem Voets (Informazout) aan. “Op weg naar een koolstofarme toekomst zonder schadelijke uitstoot moeten we drie stappen zetten: de efficiëntie opkrikken (bouwschil optimaliseren, oude ketels vervangen), hybride oplossingen ontwikkelen (waarbij fossiele brandstoffen gecombineerd worden met hernieuwbare energie) en de overige besparingen realiseren via innovatieve technologieën zoals power-to-liquid en power-to-heat.” Steven Van Caekenberghe (gas.be) was dezelfde mening toegedaan: “Het is dringend tijd dat we de sloganeske berichtgeving counteren met ecorealisme. Met groene stroom alleen komen we er niet, dus groen gas is een van de cruciale stukjes in de energiepuzzel. Het potentieel van biogas, biomethaan en power-to-gas-toepassingen is enorm!” De conclusie klonk dan ook luid en duidelijk: “Efficiënt verwarmen met stookolie en aardgas is en blijft relevant met het oog op een duurzame toekomst!”  

Talk About Gas | Brussel

DSC_5971-kopiëren
Lees het gehele artikel

‘Gas heeft een belangrijke rol in de energietransitie’

Op 29 november organiseerde gas.be in Brussel voor het eerst Talk About Gas (TAG), de opvolger van Gasday: een conferentie waarin er letterlijk gepraat werd over gas. TAG wierp een blik op de ambitieuze klimaatdoelstellingen, hoe die bereikt kunnen worden, en waar de toekomst van gas ligt. Conclusie: gas zal zeker tot 2050, en ook erna, nog een belangrijke rol te spelen hebben.

Een discussie is pas zinvol als je een beeld hebt van de verwachte evoluties. Daarom vroeg Gas.be aan het Britse onderzoeksbureau Delta Energy & Environment om de evolutie van de Belgische gasvraag tot 2050 in kaart te brengen. Stephen Harkin kwam op TAG de resultaten voor de residentiële Vlaamse markt voorstellen.

1,75 miljoen gastoestellen
Een opvallende conclusie is dat er voor 2050 wellicht weinig verandering te zien zal zijn in de energiemix. Niet-condenserende gasketels zullen op korte termijn verdwijnen en nieuwe technologieën zullen aan belang winnen, maar gas blijft een belangrijke energiebron. “Een condenserende gasketel heeft een levensduur van ongeveer 20 jaar. Ketels die in de komende jaren geplaatst worden blijven dus nog zeker tot 2050 staan. Daarom zal het aandeel van gas in de jaren ’30 pieken, om daarna lichtjes af te zwakken. Maar tegen 2050 verwachten we dat er nog altijd ongeveer 1,75 miljoen gastoestellen in Vlaanderen zullen staan, vooral condenserende gasboilers. Daarnaast verwachten we 1,4 miljoen elektrische verwarmingsoplossingen, zoals een warmtepomp.”

Voor Bram Claeys van de Organisatie voor Duurzame Energie (ODE) moeten er verschillende alarmbellen afgaan na het horen van de conclusies van dit onderzoek. “Wie denkt dat we het voldoende zal zijn om tegen 2050 30% minder gas te verbruiken, die ligt niet wakker van het Klimaatakkoord van Parijs. Met dit scenario gaan we nog altijd richting een temperatuurstijging van 3 à 4 graden.” Harkin is het daarmee eens: “Enkel een interventie van de overheid (zoals het verlagen van de prijs van elektriciteit) en een groeiend besef bij de consumenten kunnen voor een kentering zorgen.”

De gassector wil een actieve rol spelen in het debat. Juan Vazquez van sectorfederatie gas.be is er alvast van overtuigd dat gas ook in de toekomst een rol zal blijven. Ook binnen gas ligt er (duurzaam) potentieel, aldus Vazquez: “We zijn er al in geslaagd om de efficiëntie en duurzaamheid van gas te verhogen, dankzij de opkomst van condenserende gasketels. Misschien zal het aandeel fossiel gas na 2050 wel sterk afnemen, maar ook binnen gas zijn er innovatieve technologieën die aan belang winnen, zoals biogas. Dé oplossing bestaat vandaag nog niet. We moeten naar een combinatie van alle oplossingen die vandaag al bestaan én die morgen nog moeten worden uitgevonden.”

Competitiviteit
Ook Peter Claes van industriefederatie FEBELIEC (wiens leden goed zijn voor 30% van het Belgische elektriciteits- en aardgasverbruik) is sceptisch over de alternatieven die nu op tafel liggen. “Voor mij is het niet duidelijk of we met de bestaande technologie tegen 2050 succesvol en betaalbaar kunnen decarboniseren. Bovendien is er een dunne grens tussen het verlagen van de CO2-uitstoot en het aantasten van onze competitiviteit. Kunnen we alles op alles zetten om de klimaatdoelstellingen te bereiken als we merken dat andere landen niet volgen?”

De onzekerheid over de energievoorziening van morgen bleek meer dan ooit uit de resultaten van een poll die werd georganiseerd: 50% van de stemmers op TAG gelooft niet dat we tegen 2050 een hernieuwbaar energiemodel zullen hebben. “De mogelijkheden zijn er nochtans, maar er zijn heel wat kosten aan verbonden. Kost voor de gebruiker blijft een grote barrière, en het wordt belangrijk om de beweegredenen van de consumenten voldoende te begrijpen”, zegt Harkin. “Er kan nog een beetje gepraat worden, maar niet te lang meer”, besluit Bram Claeys.  

Tekst Filip Van der Elst    |    Beeld TAG